Van Testerep tot vissersstad (814 tot 1500)
Oostende ontstond als klein dorp van herders en vissers op het oostelijke uiteinde van het eiland Testerep, de oost-ende.
- Herders en vissers: in de 9e en 10e eeuw leefden schaapherders en vissers op het schorreneiland Testerep; in 814 werd het dorpje geschonken aan de abdij van Sint-Bertinus in Sint-Omaars.
- Geen eiland meer: in de 11e eeuw werd de geul tussen Testerep en het vasteland ingepolderd, zodat het dorp kon groeien.
- Stadsrechten (1267): in 1267 gaf gravin Margaretha van Constantinopel Oostende stadsrechten en het recht op een eigen hal.
- Verzwolgen door de zee: stormvloeden in 1334 en 1394 verzwolgen het grootste deel van de oude stad; resten ervan werden in 2016 teruggevonden op 200 meter voor de kust.
- Een nieuwe haven (1445): het nieuwe Oostende verrees iets landinwaarts, en in 1445 gaf hertog Filips de Goede toestemming voor de aanleg van een haven.
Walraversijde: het verdwenen vissersdorp Walraversijde op Testerep is gereconstrueerd in het openluchtmuseum Anno 1465, met huisjes, een bakkerij en een visrokerij.
Het Beleg van Oostende en de Oostendse Compagnie (1489 tot 1815)
Door de strategische haven werd Oostende eeuwenlang een vestingstad waar Spanjaarden, Hollanders, Engelsen, Oostenrijkers en Fransen om vochten.
- Geplunderd (1489): in 1489 werd Oostende geplunderd en in brand gestoken door aanhangers van keizer Maximiliaan van Oostenrijk; in 1572 kreeg de stad een verdedigingsgordel.
- Het Beleg (1601 tot 1604): als laatste protestantse bolwerk in de Spaanse Nederlanden werd Oostende van 5 juli 1601 tot 22 september 1604 belegerd door aartshertog Albrecht, een van de bloedigste belegeringen van de Tachtigjarige Oorlog met tienduizenden doden.
- De havengeul: tijdens het beleg werd de Noorderdijk doorgestoken, en zo ontstond de grote getijdengeul die nu de havengeul van Oostende is.
- De Oostendse Compagnie (1723): op 11 augustus 1723 werd de Oostendse Compagnie opgericht, die koopwaar uit China en India naar Oostende bracht, tot ze onder internationale druk in 1731 werd opgeheven.
- Vrijhaven (1781): in 1776 opende het eerste handelsdok, en in 1781 maakte keizer Jozef II Oostende een vrijhaven.
Fort Napoleon (1810): in 1810 gaf Napoleon opdracht tot de bouw van forten tegen Britse aanvallen; het vijfhoekige Fort Napoleon in de duinen van de oosteroever is daar nog een gaaf voorbeeld van.- Lijn naar Dover (1818): in 1818 kwam er een vaste bootverbinding tussen Oostende en Dover, waardoor veel Engelsen naar Oostende kwamen.

Koningin der Badsteden (1830 tot 1914)
In de 19e eeuw veranderde de vestingstad in de bekendste badstad van België, met de koningen Leopold I en Leopold II als grote stimulators.
- Trein naar Brussel (1838): in 1838 werd de spoorlijn tussen Oostende en Brussel ingehuldigd, en de koninklijke familie koos Oostende als zomerverblijf.
Het eerste Kursaal (1852): in 1852 opende op de zeedijk het eerste Kursaal, een tijdelijk en makkelijk afbreekbaar gebouw van Hendrik Beyaert, omdat de dijk toen nog militair gebied was.- Geen vesting meer (1865): in 1865 verloor Oostende zijn functie als vestingstad, de wallen werden gesloopt en de stad kon snel uitbreiden.
- Visserij met stoom: in 1877 kwam de eerste vismijn, en in 1884 voer met de Prima het eerste stoomvisserschip binnen.
- Leopold II: de bouwkoning maakte van Oostende de Koningin der Badsteden, met een renbaan, het Leopoldpark, een nieuw theater en brede boulevards.
Koninklijke Gaanderijen (1902 tot 1906): de Franse architect Charles Girault bouwde in opdracht van Leopold II de Koninklijke Gaanderijen, een overdekte wandelgalerij langs de zee. Sint-Petrus-en-Pauluskerk (1899 tot 1905): na de brand van de oude Sint-Pieterskerk in 1896 bouwde Louis Delacenserie de neogotische Sint-Petrus-en-Pauluskerk; van de oude kerk staat alleen nog de toren, de Peperbusse.- Tram langs de kust: in 1885 reed de eerste stoomtram van Oostende naar Middelkerke, en in 1897 volgde de eerste elektrische tramlijn, de voorloper van de Kusttram.
James Ensor: de schilder James Ensor (1860 tot 1949) werd in Oostende geboren en woonde en werkte er zijn hele leven; zijn huis is nu het James Ensorhuis.

Twee wereldoorlogen
De twee wereldoorlogen betekenden het einde van Oostende als belle-époquestad.
- Duikbotenbasis (1914 tot 1918): in de Eerste Wereldoorlog was Oostende een Duitse basis voor duikboten, die via het kanaal vanuit Brugge naar zee voeren.
- De Britse aanvallen (1918): op 23 april en 9 mei 1918 probeerde de Royal Navy de havengeul te blokkeren, net als in Zeebrugge.
- De vuurtoren verwoest (1915): in september 1915 werd de vuurtoren uit 1860 door Engelse scheepsgeschut getroffen en tot puin herleid.
- Het Kursaal gesloopt (1943): in de Tweede Wereldoorlog brachen de Duitsers het Kursaal af om er een geschutsstelling van de Atlantikwall te bouwen.
Atlantikwall: in Raversijde zijn bunkers, loopgraven en kanonnen van de Atlantikwall bewaard als openluchtmuseum.- Bombardementen (1940 tot 1945): geallieerde bombardementen op de Atlantikwall, de haven en het spoor verwoestten de promenade bijna volledig.

Wederopbouw en Stad aan zee
Na 1945 werd Oostende herbouwd, en de belle-époquevilla's maakten steeds meer plaats voor appartementen met zicht op zee.
- Massatoerisme: met het massatoerisme en de bouw van appartementen verdween een groot deel van de belle-époquearchitectuur, maar Oostende groeide uit tot een moderne badstad.
Het nieuwe Kursaal: na de oorlog werd het Kursaal herbouwd naar een modernistisch ontwerp van Léon Stynen, met grote glazen gevels aan de zeekant; in 2004 en 2005 werd het grondig gerenoveerd. Driemaster Mercator: het opleidingsschip Mercator uit 1932 ligt nu als museumschip midden in de stad. Museumschip Amandine: de Amandine, het laatste Belgische IJslandvaarderschip, vertelt over de zware zeevisserij.- Van Koningin naar Stad aan zee: rond de eeuwwisseling ruilde de stad haar bijnaam Koningin der Badsteden in voor Stad aan zee, al wordt de oude naam nog vaak gebruikt.
De vuurtoren Lange Nelle
De vuurtoren van Oostende, in de volksmond Lange Nelle, heeft een lange reeks voorgangers.
- De Vlaggenstok (1771): in 1771 kwam er een stenen vuurtoren op de plaats van het latere Nationaal Monument voor de Zeelieden; de Duitsers sloopten hem in 1944.
- De toren van 1860: op 12 januari 1860 brandde voor het eerst het licht van een nieuwe toren van 60 meter op de oosteroever, die in 1915 werd verwoest.
- Opgeblazen (1944): de betonnen opvolger werd op 3 september 1944 door de terugtrekkende Duitsers opgeblazen.
De huidige toren (1949): de huidige vuurtoren Lange Nelle werd gebouwd tussen 1947 en 1949, telt 324 treden en kreeg in 1994 zijn bekende blauwe golvenpatroon.
















